Sunday, 23 April 2017

Gelovige Thomas



Broeders en zusters in Christus,

We maken vandaag opnieuw kennis met een ons bekend figuur uit de Bijbel. De zgn. “Ongelovige Thomas”. Dat is een uitdrukking die ook in de Nederlandse taal is doorgedrongen. Iemand die iets niet wil geloven – ondanks dat er toch echt veel bewijs voor is, díe noemen we een ongelovige Thomas. 

Het mooie aan de leerlingen zoals ze beschreven worden in de Bijbel: het zijn allemaal mensen met heel eigen karakters en persoonlijkheden, er zijn soms maar een paar woorden nodig om ze te schilderen. Petrus is een heethoofd, Maria Magdalena is heel liefdevol, iemand met veel behoefte aan genegenheid, en Thomas is … ja, Thomas is wat zwaarmoedig.
We kunnen hem beter zwaarmoedige Thomas noemen. Thomas is één van de weinige leerlingen die begrijpt waar het bij de Passie om gaat. Hij is de énige die werkelijk doorheeft wat Jezus zegt als Hij en de leerlingen op weg zijn naar Jeruzalem. 

Jezus vertelt hen dat de Mensenzoon moet lijden en sterven, en de meesten lijken toch te denken dat het zo`n vaart niet lopen zal. Ze praten wat langs Jezus heen, of stribbelen tegen, maar Thomas niet. Thomas zegt: laten wij met Hem meegaan om met Hem te sterven. Hij omarmt het lijden van de Heer. Hij loopt zelfs niet weg voor de dood. 

Thomas heeft het ook niet echt begrepen, maar hij kijkt niet weg. Hij accepteert het Lijden, maar begrijpt het Paasmysterie niet. Het Lijden is niet het einde maar een begin. Maar zwaarmoedige Thomas kan die bocht nog niet maken…

Dat verklaart ook waarom hij niet zomaar kan aanvaarden dat als anderen zeggen de verrezen Heer te hebben gezien, dat dat ook zo is. Hij is er niet toe in staat. Hij spreekt niet uit onwil maar uit onmacht. 

Wat zijn leven waarde gaf is weg, hoe zou het terug kunnen komen? Thomas kan ze niet geloven. Tegelijkertijd went hij zich ook niet van hen af. De volgende zondag, de “eerste dag van de week” is hij bij hen, in afwachting van wat er gaat gebeuren: hij heeft zich niet van hen afgewend. Hij blijft er bij. Hij gelooft het nog niet, maar hij heeft toch hoop op iets.
Ongeloof in de Bijbel betekent niet zozeer dat iemand het geloof nog niet heeft , maar dat iemand het geloof actief afwijst. En daar ook in zijn leven conclusies uittrekt. Ongeloof in de Bijbel dat is de dwaas die zegt “er is geen God” en dan de vrijheid voelt om zijn naasten kwaad te doen, en als het ware zegt: “niemand die het ziet”, daarom wil ik Thomas ook niet “ongelovige Thomas” noemen. Hij is in afwachting van geloof. 

Ieder krijgt iets waaraan hij of zij de Heer herkennen kan. De leerlingen die naar Emmaus gaan, herkennen Hem in het breken van het Brood. Maria Magdalena in de eenvoudige ontmoeting in de Tuin en Thomas mag de Heer ontmoeten als de Gekruisigde, door zijn Wonden. En als Hij hem ontmoet - op de manier die hij nodig heeft - dan legt hij een echte geloofsbelijdenis af: mijn Heer en mijn God. Hij is niet de ongelovige Thomas - hij is een gelovige Thomas.

Thomas ontmoet de Heer door zijn wonden, die worden expres genoemd. Dat is opvallend: we weten dat het Verrijzenislichaam een heel bijzonder lichaam is, een lichaam waarvoor geen deuren of muren meer bestaan. Maar toch is zijn lichaam nog getekend met de kruiswonden. 

Dat is iets bijzonders. De Kerk heeft altijd geleerd dat het verrijzenislichaam ons lichaam is, zonder dat het enige gebreken omvat. Maar de kruiswonden, blijven dus zichtbaar, dat is geen tijdelijk ongeluk, geen losse verwonding of imperfectie die genezen kan, maar iets dat wezenlijk bij Jezus Christus hoort. 

Jezus is van allen tijde het Lam Gods dat ook in de Apocalyps, als Hij zich openbaart in zijn Glorie staat als geslacht. Zijn Zelfoffer is wat Hem het meest definieert en wat dus ook in zijn verrijzenislichaam zichtbaar blijft.  Want dat is ook de traditie van de Kerk: we blijven na de verrijzenis ook altijd onszelf, we blijven herkenbaar voor anderen, wie het was, dat wij waren. Onze kenmerken gaan mee de eeuwigheid in. Wij worden geen deel van de al-eenheid of een soort goddelijke brei. 

Wat Jezus kenmerkt, is zijn offer, zijn zijn wonden. Het Paasverhaal gaat niet alleen maar om zichzelf, maar wijst al vooruit, het wijst vooruit naar de Hemelvaart, als wij de Heer niet meer zien, en het wijst vooruit naar Pinksteren, als de gave van de Heilige Geest volledig gegeven wordt.
En de Heilige Geest maakt mogelijk wat Jezus tegen Thomas zegt: Zalig zij die niet zien en toch geloven. Het geloof wat hij krijgt moet hij niet insluiten in de schatkamer van zijn hart, of achter de voordeur houden: zijn geloof is een opdracht. Hij moet het delen, er van getuigen. Het geloof houdt altijd een zending in. 

Als je gelooft, dan doe je wat daar bij hoort, dan laat je dat zien in waar je voor staat. Ons geloof is geen geloof van gesloten deuren, omdat je bang bent voor wat er zich buiten die deur bevindt. Ons geloof kan ook heel zoekende zijn, niet alle dagen een geloof van zeker weten. Maar sterk of tastend, ons geloof moet getekend zijn door een openheid hebben naar God toe, een grondvertrouwen dat hij door zijn Kerk spreekt, met de hulp van de Heilige Geest ons doet samenkomen, ons sterkt door zijn Woord en Sacrament, zodat wij weer kunnen beginnen aan het volgende hoofdstuk van ons spannende avontuur met God.  Een avontuur dat al de moeite waard is op Aarde, en uitloopt op een eeuwig avontuur bij God. 

Dan maken wij tenslotte waar wat Petrus schreef in zijn brief, die wij vandaag gelezen hebben:Hem hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, de redding van uw ziel, bereikt.

Alles wat ons bedrukt, alle zwaarmoedigheid, alle lasten die onze ziel bedekken zijn dan opgeheven, verdampt. We leven dan niet meer in de verwachting van iets, maar we mogen het met eigen ogen aanschouwen. Nog helderder dan de zwaarmoedige Thomas het ooit kon. 

Amen.

Tuesday, 18 April 2017

De Schaduw Verdwijnt in het Licht van Zijn Gelaat



 Broeders en zusters in Christus,

Ik schrijf meestal geen preken uit voor doordeweekse missen. Meestal is het zoals u weet, een kort woordje aan de hand van de lezingen. Dit is echter een beetje een bijzondere mis. Het is een mis in het Paasoctaaf – die zijn al anders dan anders – en het is een Mis van Eerherstel. Misschien kent u die van vroeger, dat als er iets heiligschennends was gebeurd dat er een Mis van Eerherstel gelezen werd voor de bijzondere en enige intentie voor genoegdoening aan het adres van de Heer, die in zijn Goddelijke Majesteit, zijn Heiligheid gewond was.

Meestal zijn dat boetevieringen, maar in het Paasoctaaf is dat niet passend, dus doen we het anders. Misschien heeft u gehoord dat er een reclame op TV is gekomen waarin mensen afbeeldingen van Jezus Christus verscheurd hebben. Ik wil er zo kort mogelijk over hebben want het kwaad heeft al genoeg aandacht gehad in de Vastentijd. Daar bedoelden ze mee te zeggen dat Jezus zichzelf deelt met anderen. Het was vast niet slecht bedoeld, maar het Gelaat van Christus is heilig, de iconen waar onze Oosterse broeders met zoveel devotie het aangezicht van de Heer in tegenwoordig stellen, die zijn heilig. Een afbeelding van het Gelaat van Christus mag nooit zomaar worden verscheurd.

De heiligheid van God is objectief, Jezus Christus kan niet anders dan Heilig zijn, en de iconen en afbeeldingen die wij vereren, dat zijn geen totempalen, maar hebben een eigen, maar afgeleide  heiligheid, omdat zij in verband staan met de Heer die zij willen laten zien. 

Hoe heilig het aangezicht van de Heer is lezen we vandaag, als we Maria Magdalena bij het graf zien, en ze ontmoet Jezus, en ze herkent zijn gezicht omdat zij van Hem houdt. Zij heeft een diepe liefde tot de Heer die haar bevrijd heeft van de “zeven duivels”, wat die ook mogen zijn. Door die liefde herkent ze Hem voor wie Hij is. En zij wil Hem vasthouden, voor altijd bij haar houden. Zo diep is haar liefde voor Hem. 

Maria Magdalena is dé maatstaf bij uitstek voor liefde voor de Heer, wat zou zij er van vinden als de foto van Jezus, we praten even over de moderne tijd, zomaar verscheurd zou worden? Wat een pijn zou haar dat doen! Dat is wat heiligschennis is. En de heiligheid schenden, dat is zoiets als onschuld schenden. Het is een groot kwaad. Hoe schuldig mensen daar dan aan zijn hangt van de situatie af. Maar het is hoe dan ook een kwaad.

Maar de tijd van scheuren en lijden en kwaad is voorbij. We leven in de Paastijd en mogen het glorieuze verrijzenisgelaat van de Heer aanschouwen. Zijn Godmenselijkheid.  We weten dat hoeveel domme dingen mensen ook doen, dat houdt geen stand tegen Gods overwinning op Dood en Zonde, díe liggen nu begraven, die zijn weggespoeld in het water van de zee. 

We mogen uitzien naar die  werkelijke ontmoeting met de Heer, met het moment dat we Hem met de ogen van Maria Magdalena en van de Geliefde Leerling – die zag en geloofde – het Gelaat van Christus mogen zien. Dan zal het zijn als op de Berg Tabor, waar zijn gelaat vscheen in Goddelijk Licht. Niet voor even maar voor eeuwig. Wij hoeven dan geen tenten neer te zetten om bij Hem te kunnen zijn, Hij heeft een huis voor ons bereid met vele kamers. 

Wij mogen dan in de vrijheid van de kinderen Gods deze Mis dan ook opdragen met de intentie dat alle kwaad die zo`n heiligschennis met zich mee brengt verdwijnt in dat Goddelijk Licht.  En wat een voorrecht dat we dan de Eucharistie mogen vieren. En in de Eucharistie bidden we dan bij de Vredeswens die mooie zin: Let niet op onze zonden maar op het geloof van uw Kerk. Door ons geloof, door ons vertrouwen in ons vrije antwoord op de Genade, kunnen wij heel veel kwaad in de wereld uitdelgen. 

Door dat geloof spreken we diep in de stilte van ons hart de geloofsbelijdenis van Maria Magdalena uit: Rabboeni! Meester! en weten we ook dat we welkom zijn op de plaats waar hij heen gaat, naar Zijn Vader en Onze Vader, Zijn God en Onze God. 

Amen.


Sunday, 16 April 2017

Is Christus dan in stukken verdeeld?



“Is Christus dan in stukken verdeeld?” Enige Reflecties op het Verscheuren van de Heer 

 Het Psalterium van Chludov: de oneer die wij de Beeltenis van Christus aandoen, doen wij Christus aan.

Twee jaar geleden had ik het geluk om de Lijkwade van Turijn te kunnen zien. De lijkwade was in Turijn zelf korte tijd tentoongesteld – het is een zeer kwetsbaar reliek – en ik ben blij dat ik er bij kon zijn. 


Met honderden mensen tegelijk word je in een donkere ruimte geleid waar het reliek in een zacht licht tentoongesteld is. Er worden een aantal korte gebeden voorgelezen en dan, na hooguit twee minuten, moet je gaan. Het is tijd voor de volgende groep. Zo schuifelen uur na uur vele duizenden mensen door de donkere zaal om enkele minuten door te brengen bij dit mysterieuze reliek,  de afbeelding van de Heer die in het graf ligt.


Het was voor mij een intiem moment van geloofsbeleving, slechts vergelijkbaar met het breken van het brood onder het Agnus Dei in de H.Mis. Een moment van intense reflectie op de zelfgave van de Heer, zijn prijsgave als bevrijding voor velen. Ik denk er met veel genegenheid op terug. 


De Lijkwade van Turijn is binnen het katholieke geloof een belangrijk object van verering. Naar de Lijkwade zijn vele afbeeldingen van Jezus Christus gemaakt die bijvoorbeeld voor persoonlijke devotie worden gebruikt. 


Één van deze bewerkingen is door de hulporganisatie van de PKN, Kerk in Actie, gebruikt voor hun reclame waarin verschillende mensen, soms met zelf met agressie, Zijn daarop afgebeelde Gelaat stukscheuren. 


Ik heb deze reclame als zeer schokkend ervaren en ik weet dat ik daar niet alleen in was. Het is een zeer abjecte en respectloze uiting die veel mensen in hun meest kwetsbare religieuze gevoelens geraakt heeft. Hier is met gerechtvaardigde verontwaardiging op gereageerd. De reclame maakte mijn Goede Vrijdag in ieder geval extra bitter. 


Mijn eigen woede heb ik op Stille Zaterdag maar met de Heer begraven in het graf en in de Paaswake verdronken in het vers gezegende doopwater. 


Deze reclame is echter niet alleen kwetsend voor mensen maar ook een belediging naar God toe. Zij slaat wonden in het Lichaam van Christus dat de Kerk is en doet oneer aan Jezus Christus. 


De PKN vertelt op haar website dat het verscheuren van de Heer zijn Zelfgave aanduid en de wijze waarop Hij zich aan ons meedeelt. Ik denk dat hier geen theologische grond voor is. De  verdediging die de PKN aanvoert voor hun misplaatste reclame loopt daarmee spaak. 


Jezus Christus: Het Ongebroken Paaslam 


De stelling dat Jezus Christus zich heeft laten verscheuren is niet te rijmen met de Bijbelse beelden die de Schrift aandraagt om de Offergave van de Heer te duiden. Het fysieke lichaam van de Heer ís namelijk niet gebroken of gescheurd: het is gekruisigd, overgegeven aan lijden en dood, maar de Schrift verwerpt expliciet elke notie van breken of scheuren van zijn fysieke lichaam. Dit is te lezen in het Johannesevangelie waar ons in het passieverhaal expliciet verteld wordt dat de botten van Jezus Christus  – als enige – niet gebroken worden. “Dit is gebeurd opdat de Schrift vervuld zou worden: Van zijn gebeente zal niets worden verbrijzeld”  (Joh. 19:36)



Dat is geen toeval. Het zegt alles over wat de dood van de Heer is en betekent. Christus is als offergestalte het Paaslam. Van het Paaslam mag naar de Wet van Mozes geen bot gebroken worden (Exodus 12:46). 


Als Johannes de Doper in Johannes 1:29 Jezus aanduidt als het Lam Gods, dan duidt hij Hem als offergestalte, als degene die de zonden van de wereld door zijn lijden en dood zal wegnemen. Christus in zijn offergestalte herneemt het Oudtestamentische beeld van het Lam Gods en verheft die uiteindelijk tot eschatologische waardigheid. In het boek Openbaringen ontmoeten we hetzelfde Lam “staand als geslacht”, met zeven hoorns die de volheid van Zijn macht uitdrukken. (Apokalyps 5:6)  


Door heel de Schrift heen wordt het Lam geduid als een wezen dat in het bezit blijft van zijn lichamelijke heelheid. Het Lam wordt níet aan stukken gescheurd. 


Het zich geestelijk verscheurd voelen kan dus theologisch gezien niet worden uitgedrukt in het verscheuren van het Lichaam of Gelaat van de Heer. Het is geen Bijbels beeld. Sterker nog: het offerkarakter van Jezus’ dood sluit zelfs zijn verscheuren uit. Hij is het Offerlam omdat zijn lichaam intact blijft. Zijn opoffering is dus geen verscheuring. 


Het enige wat we in de Kerk breken is het brood. Als, zoals scriba de Reuver schrijft, Jezus “symbolisch in brood en wijn” zijn zelfoffer aan het Kruis aankondigt, dan heeft hij al met zoveel woorden gezegd dat dát het symbool is waar hij naar zoekt. Het Lichaam of het Gelaat van de Heer verscheuren bewerkt wezenlijk iets anders. 


Overigens is ook het gebroken eucharistische brood, het eucharistische lichaam,  geen verscheurd lichaam. Het breken van het brood heeft geen conceptuele relatie tot het afscheuren van lichaamsdelen van de Heer. Als ik een hostie in meerdere stukken breek, dan is elk stuk de volledige Christus, de stukken brood zijn geen neuzen, ogen, hand of voet. Vanuit het breken van het brood, kan men niet uitkomen bij het verscheuren van de Heer. 


De Kerk: het Onverdeelde Lichaam van Christus 


De Heer is niet alleen in zijn fysieke lichaam onverscheurd, maar ook in zijn mystieke lichaam: de Kerk, onverdeeld. “Is Christus dan in stukken verdeeld?” vraagt de apostel Paulus retorisch. (1 Korintiërs 1:13). Ook het Lichaam van Christus dat de Kerk is, we maken deel uit van één lichaam. Een lichaam dat niet breekt of scheurt, of dit althans niet behoort te doen. 


Een scheur in het lichaam van Christus noemen wij dan ook een schisma, dat is een ernstige, onnatuurlijke wond in het Mystiek Lichaam. Scheuren moeten dan ook worden voorkomen, en niet (symbolisch) worden aangebracht. Ook op ecclesiologisch vlak benadrukt de Schrift de eenheid, het intact-zijn van de Heer in zijn mystieke lichaam. Beelden van scheuren en “delen” zijn hier niet op toepasbaar. Ik zal verderop argumenteren dat het verscheuren van het Gelaat van de Heer dan ook ecclesiologisch onwenselijke consequenties heeft. 


Beeld van de Onzichtbare God: Christus en zijn afgebeelde Gelaat 


In de reclame van Kerk in Actie wordt een afbeelding van het Gelaat van de Heer verscheurd. De omgang met beeltenissen van de Heer vereist een eigen theologische benadering. 

In elke afbeelding bevindt zich een spanningsvolle dialectiek tussen aanwezigheid en afwezigheid. De afbeelding van Christus is Christus niet maar verwijst wel naar Hem. Dat zal Kerk in Actie ook niet ontkennen: de hele reclame wordt namelijk betekenisloos als de beeltenis van Christus Hem niet zou aanduiden. 


Wij geloven dat Christus zowel “beeld van de onzichtbare God” (Kolossenzen 1:15) is, als werkelijk mens, met een werkelijk lichaam is. De vleesgeworden Christus is geen avatar of hologram. Als mens onder de mensen kende Hij vreugde, verdriet, en alle gevoelens en emoties die je als mens kan hebben. Juist omdát Hij mens onder de mensen was kán Hij worden afgebeeld en omdat hij het beeld van de onzichtbare God is, zien in zijn menselijke gelaat God zèlf. 


Derhalve zijn de afbeeldingen die wij in geloof en devotie van Christus de Heer maken onze verering waardig. Zij staan in een relatie staan met de Heer. Het geloof, als band van de liefde verbindt het Christusbeeld met de Heer zelf. 


Op een zeker niveau kun je de relatie tussen Christus en zijn beeld vergelijken met die tussen onze geliefde en onze familiefoto’s. Onze foto’s zijn onze geliefden niet, maar mogen met de nodige omzichtigheid behandeld worden en de albums liefdevol doorgebladerd, als we denken aan hen die ons nabij zijn. 


De eer of oneer die je een beeld aandoet, doe je ook de betekende persoon aan. Als ik een foto van iemand doelbewust verscheur, voor het oog van derden, dan zeg ik door mijn handeling dat ik de band met die persoon verscheur, dat hij of zij niets meer voor mij betekent. Door een afbeelding “eer te betonen” (het fotolijstje af te stoffen, er af en toe met waardering mijn blik op te laten vallen) geef ik ook blijk van de eerbied die ik voor een persoon heb. 


Hetzelfde geldt voor wat je een beeld van Christus aandoet, doe je Hem ook aan. Als je een beeld vereert, breng je eer aan Christus, wie een beeld ont-eert doet oneer aan Christus. Het verscheuren van het Gelaat van Christus is per definitie ont-erend. 


Het negende-eeuwse Psalterium van Chludov drukt dit heel scherp uit. In dit psalterium is een afbeelding te zien van Johannes Grammaticus, de laatste iconoclastische Patriarch van Constantinopel. Hij wordt afgebeeld terwijl hij met een witkwast een icoon van de Heer uitwist. Op de achtergrond staat het theologische commentaar: een snerende soldaat bij het kruis – een grijnzende beul - drukt met een hysopstengel de spons met zure wijn in het Gelaat van de Heer. Wat wij een afbeelding van de Heer aandoen, doen wij de Heer aan. Het verscheuren of vernietigen van een afbeelding van de Heer is immers een symbolische handeling, en een symbolische behandeling bewerkt wat het aanduidt.


Een afbeelding van de Heer op deze wijze verscheuren kan dus niet in positieve zin worden uitgelegd. Het communiceert per definitie afwijzing. Als Kerk in Actie de intentie had een andere boodschap de wereld in te sturen, hadden ze een andere handeling moeten uitvoeren. Scheuren lijkt in niks op delen. Scheuren is kapot maken.
 

Ook in protestantse kringen is met interesse gekeken naar de film Silence naar het boek van Shusaku Endo. Het voorbeeld van de Japanse martelaren van de zeventiende eeuw zou dan overwogen moeten worden. Het zou duidelijk moeten zijn dat voor veel christenen het vernielen van een afbeelding van de Heer zeer pijnlijk is. Zelfs zo pijnlijk dat vele christenen de marteldood gestorven zijn om afbeeldingen van de Heer zèlf niet te hoeven onteren. 


Het aantasten van een afbeelding van de Heer zijn intrinsiek gewelddadige handelingen, die doorgaans plaatsvinden in een context van geloofsvervolging of geweld. 


Het Byzantijnse iconoclasme ging gepaard met verregaande vervolging en onderdrukking. Ook de beeldenstorm was geen vreedzame verbouwing van gebedshuizen. In het Midden-Oosten kunnen we momenteel de vervolging van de Kerk en de verwoesting van het kerkelijk erfgoed live meemaken. Door de beeltenis van Christus op deze manier te verscheuren plaatst Kerk in Actie zich in deze context : een context van geweld en vervolging. En niet alleen plaatst zij zich in deze context, zij associeert zich zelf door deze handeling expliciet met de daders, en niet met de slachtoffers. Dat is voor mij onbegrijpelijk. 


Dat Kerk in Actie, en dus de PKN, zich door het verscheuren van het Gelaat van de Heer zich hiermee associeert is niet te bevatten, en geen enkel beroep op goede bedoeling of intentie kan dit wegnemen. Als men hier andere bedoelingen mee had, dan had men ook iets anders moeten doen. 


Kerkelijke Eenheid. 


Juist in deze context is het bijzonder laakbaar dat Kerk in Actie, een protestantse kerkelijke organisatie, zich een katholieke afbeelding van de Heer, het Gelaat naar de Lijkwade van Turijn, een devotiebeeld dat een plaats heeft in het hart van miljoenen mensen toe-eigent en verscheurt.[toevoeging: mij is later ter ore gekomen dat de afbeelding in kwestie een iconische bewerking is van de Lijkwade van Turijn. De bewerking zèlf is Armeens. Het zich toe-eigenen van een beeld uit de Armeense traditie, een traditie die zo heeft moeten lijden onder vervolging en genocide, getuigt van een bijzondere ongevoeligheid]

Het verscheuren van de beeltenis van de Heer is ook hier een scheuren in de kerkelijke eenheid, het verscheuren van een band van onderling respect waarvan ik tot voor kort geloofde dat die er was. Ik spreek welbewust in de verleden tijd omdat deze uiting eenvoudigweg niet samen kan gaan met een houding van respect voor Room-Katholieke en Orthodoxe gelovigen.  


Deze handeling doet mij persoonlijk twijfelen aan de oprechtheid waarmee de PKN in het oecumenische gesprek staat. Deze handeling drukt een enorme geestelijke afstand uit. Wie zelf in een anicone traditie leeft kan zich eenvoudigweg niet een beeltenis uit een andere traditie overnemen om daar zó respectloos mee om te gaan. 


Dat de keuze dan niet alleen viel op een katholieke afbeelding, maar dan ook nog eens op een devotiebeeld dat intiem deel uitmaakt van het geloofsleven van zoveel mensen maakt deze handeling nóg onverteerbaarder. De vraag dringt zich op of de PKN zich hier schuldig maakt aan verregaande gedachteloosheid – het soort gedachteloosheid waar Hannah Arendt over schreef in Eichmann in Jeruzalem - of zelfs open antipathie. Beiden lijken mij onaanvaardbaar. 


Ook als de PKN zich niet herkent in voornoemde theologische argumenten schijnt het mij dat deze reclame ofwel bedoeld was om mensen te kwetsen dan wel dat men er voor gekozen heeft op een zeer banale manier het bitter grieven van gelovigen op de koop toe te nemen. 


Consequenties


Door deze reclame, door het publieke verscheuren van afbeeldingen van de Heer, is een wond geslagen in het lichaam van Christus dat de Kerk is. Er is een wond geslagen in het hart van vele gelovigen. We kunnen niet doen alsof het niet gebeurd is. Ook de expliciete verdediging van deze reclame door PKN-scriba de Reuver maakt dat zij niet kan worden afgedaan als ongeluk of incident. Wat gedaan is, is kennelijk met overleg gedaan – en dat maakt de situatie heel ernstig.In het leven kan veel door de vingers worden gezien, maar een handeling die zowel zo grof als zo publiek is kan niet worden genegeerd. Er is door deze reclame de afgelopen dagen meer kapot gemaakt dan een aantal afbeeldingen van de Heer. 


De PKN heeft geprobeerd om haar eigen boodschap aan de man te brengen. Dat is haar goed recht. Zij heeft daarbij echter met moddervoeten over de Heilige Grond van anderen gebanjerd, en dat is gedrag dat van geen enkel kerkgenootschap kan worden aanvaard. Zij zal moeten erkennen dat haar poging om iets relevants te zeggen jammerlijk is mislukt, en ten koste is gegaan van het vertrouwen dat derden in haar hadden. 


De PKN heeft zich vaak positief uitgelaten over de mogelijkheden van het oecumenisch gesprek en de ontmoeting. Het is een open vraag hoe op welke wijze zo`n dialoog nog gevoerd kan worden. Uit het verscheuren van het Heilig Gelaat spreekt minstens een ongevoeligheid die niet gerijmd kan worden met een houding van respect, waarzonder geen gesprek mogelijk is. 


De PKN zal verder met zichzelf ten rade moeten gaan wat de Heer voor haar betekent. Is hij de Heilige Gods, of een gimmick van een reclamebureau, wiens enige doel nog is media-aandacht en controverse te genereren? Doet zij hiermee God eer? 


Er is mij ten slotte verteld dat de reclame tot doel had om geld op te halen voor het goede doel. Daar twijfel ik niet aan. Als christenen geloven wij echter niet dat het doel de middelen heiligt. De apostel Paulus waarschuwt hier ons zelfs tegen in de eerste Korintenbrief. 


Hoeveel geld men ook ophaalt en uitdeelt aan de armen, dan nog leidt het nergens toe. Dit is immers, ontegenzeggelijk, een liefdeloze daad, en liefdeloze daden baten niet. (1 Korintiërs 13:3)