Monday, 19 June 2017

Waarom Mgr. de Korte het juiste besluit genomen heeft.



Toen Mgr. de Korte bekend maakte dat hij toestemming had gegeven om tijdens ‘roze zaterdag’ een gebedsviering in de kathedraal te laten houden, had ik er mijn twijfels over of dat een goed idee was. Ik vind het echter niet mijn taak om bisschoppen, zeker die van andere bisdommen, te bekritiseren.
Nu Mgr. de Korte toch na bedenkingen van priesters en gelovigen uit het bisdom Den Bosch tot een ander besluit gekomen is, lees ik echter zéér felle kritiek op zijn persoon en zijn handelen. 

Meerdere in de publiciteit optredende theologen hebben stukken geschreven waarin zijn besluit wordt gehekeld. Hij zou hebben geluisterd naar de “verkeerde mensen” ,  een “kleine groep” die in het niet valt vergeleken met alle anderen die een koerswisseling willen zien. Sommigen suggereren zelfs dat Mgr. de Korte autoritair had moeten optreden, de kromstaf als wapen had moeten gebruiken. Het is duidelijk dat beide besluiten veel hebben losgemaakt. 

Om te beginnen lijkt het mij lovenswaardig als een leider luistert naar zijn vertrouwelingen. Priesters zijn in een bisdom immers niet zomaar een “fractie” die naast alle andere groepen staat, maar de naaste medewerkers van de bisschop. Priesters hebben niet het laatste woord, maar als een voornemen bij veel actieve priesters op ernstige bezwaren stuit is het goed dat een bisschop deze bezwaren serieus neemt. Het is goed dat dit is gebeurd. 

Verder ben ik van mening dat de bisschop, in tweede instantie, het juiste besluit genomen heeft. Hoewel ik niet uitsluit dat het in theorie mogelijk zou zijn om een gebedsviering voor homoseksuelen te houden, betekent dat nog niet dat een gebedsviering in de kathedraal,  op roze zaterdag, een goed idee is.

In een samenleving die er naar smacht dat de Kerk haar leer over mens, huwelijk en seksualiteit danwel verandert, danwel relativeert en niet meer uitdraagt, zendt dit een signaal uit die m.i. niet goed te verenigen is met de opdracht om in te staan voor wat wij geloven. 

Roze zaterdag drukt wezenlijk een levensvisie uit die niet christelijk is, die niet te verenigen is met het voorbeeld van Christus en niet te verenigen is met de hoge roeping die God in de harten van alle mensen gelegd heeft. 

Juist in een tijd waarin er ook onder pastores en theologen een grote schroom is om vrijuit de leer van de Kerk te verdedigen, is een gebedsviering in een dergelijke context een verkeerd signaal. De eis van de bisschop dat tijdens een dergelijke viering “niks wordt gezegd dat de leer van de kerk tegenspreekt” is dan te weinig. In het ergste geval zou een dergelijke viering verwachtingen wekken die nooit kunnen worden waargemaakt. De leer van de Kerk aangaande huwelijk en seksualiteit is immers onveranderlijk. 

Velen halen de paus graag aan wanneer hij spreekt over natuur en milieu, of over de sociale leer van de Kerk, maar de “leuke” dingen zijn niet los verkrijgbaar. De katholieke leer is universeel. We zijn geen supermarkt. Net zo min als een mens alleen maar rechten kan hebben zonder plichten, of alleen maar zijn zin kan krijgen zonder ooit tegen zijn grenzen aan te lopen, zo kunnen we ook niet uitsluitend putten uit díe elementen die ons aanstaan, terwijl we de anderen, die moeilijk zijn, die pijn doen, die ons wijzen op onze menselijke gebrokenheid, links laten liggen. 

Jezus die de Goede Herder is, is ook  het Vleesgeworden Woord. Hij heft de Wet niet op maar vervult die. Zo is ook iedereen die niet gehuwd is geroepen om in kuisheid te leven. Dit kan voor velen een zware opdracht zijn en onze samenleving biedt veel gelegenheid en aanmoediging om deze roeping niet al te serieus te nemen. 

Een viering zoals deze voorgenomen was, zou al te makkelijk verkeerd begrepen kunnen worden als het zoveelste signaal dat het allemaal niet zoveel uitmaakt. Een dergelijke viering nodigt m.i. niet uit tot metanoia.  Juist op deze manier doen wij mensen te kort. Dan doen we ook álle mensen te kort, want alle mensen zijn geroepen om heilig te worden, om de grote toppen van het leven bij God te bereiken. Hoe? Door ons open te stellen voor Gods genade en met die genade mee te werken, door gebed, door het ontvangen van de sacramenten kunnen wij steeds meer gaan lijken op Jezus Christus, in wiens gelaat wij de Barmhartige Vader zien. 

Heilig worden is geen kwestie van superheld zijn, of prat gaan op je eigen morele prestaties. Integendeel: ieder mens heeft een kruis te dragen. Maar iedereen heeft er één te dragen en dat kruis doet pijn. We kunnen ons dan wel inbeelden dat dat kruis niet echt bestaat, of er niet werkelijk toe doet, of dat we er misschien een rondweg rond aan kunnen leggen. Maar dat is niet zo. 

We kunnen pas antwoord geven aan onze roeping tot heiligheid wanneer we accepteren dat we niet zijn wie we zouden moeten zijn, dat onze wensen, verlangens, ons zelfbeeld soms niet zijn wat God van ons vraagt. En als al die menselijke zaken in conflict komen met Gods wil voor ons leven, dan moeten wij het langzame en moeilijke werk aanvangen om ons meer en meer op zijn wil te richten. Wat God voor ons wil is altijd mooier en beter dan wat wij voor onszelf kunnen wensen. God kijkt voorbij ongelukkige levenskeuzen en blijft altijd verlangend zoeken naar de mens van wie Hij houdt.

Het werk om je te conformeren aan Gods wil is een taak voor het leven. Als parochiepriester ben ik bepaald niet omringd door heiligen en dat is maar goed ook, want ik ben er zelf ook geen.  
 Met vallen en opstaan zijn wij als christenen geroepen om elkaar er door heen te helpen. 
Ook dát is pastoraat: mensen ontmoeten en zien in al hun kwetsbaarheid en kracht en zó zelf ook gezien worden. Ik hoop dat er nog vele goede initiatieven mogen ontstaan om mensen die aan de rand van het kerkelijk leven staan – op een vriendelijke, uitnodigende manier, bij het geloof te betrekken. 

Dergelijke initiatieven vragen echter ook wijsheid én de durf om ons licht niet onder een korenmaat te steken. Ik hoop dan ook dat Mgr. de Korte nog lang vanuit zijn diepe betrokkenheid met God en de mensen wegen zal vinden om Gods reddende waarheid voor te leven en uit te dragen.













Sunday, 28 May 2017

Tussentijd



Broeders en zusters in Christus

We zitten tussen Hemelvaart en Pinksteren in. De leerlingen hebben afscheid moeten nemen van de Heer en wachten nog op de Heilige Geest. Het is een beetje als de Kerk in onze dagen: het is tussentijd. De Volkskerk die er vroeger was, toen bijna iedereen nog naar de kerk ging is voorbij, daar hebben we echt al afscheid van genomen, maar het nieuwe is nog niet aangekomen, dat moeten we nog afwachten: hoe dat er uit gaat zien.

De apostelen gaan dan naar de Bovenzaal. En wachten daar; niet op een passieve manier maar volhardend in gebed, met alle mensen die Jezus van dichtbij hebben meegemaakt, de vrouwen en Maria en de andere leerlingen. Afwachtend op wat komen gaat.

De plaats waar ze wachten heeft diepe betekenis. De bovenzaal is de plaats waar ze avondmaal gevierd hebben met Jezus. Wij zouden zeggen: in de kerk, waar ze samen eucharistie gevierd hebben. Ze blijven op de plaats waar Jezus zichzelf gegeven heeft in brood en wijn. Ze gaan niet opeens ergens anders heen, ze blijven trouw aan het verhaal.

Ik denk uit dit afwachten, dit jezelf gereed maken voor de Geest, een paar lessen te trekken zijn: 

Allereerst: iets nieuws kan alleen maar ontstaan op het fundament dat je al hebt. Aan iets nieuws beginnen wat daar los van staat is tot mislukken gedoemd. Hoeveel verandering je ook doormaakt, in al die verandering moet je authentiek blijven – anders ben je jezelf niet meer. Door alle jaren en tijden moet je die rode draad van je verhaal blijven vasthouden: wie dat niet meer doet raakt de draad van het verhaal kwijt.

Ten tweede: zelfs als je niet weet hoe de toekomst er precies uit ziet, is het ook niet iets waar je volledig vreemd tegenover staat. Jezus heeft gesproken over de Heilige Geest, hij noemt hem al voor zijn Hemelvaart de Voorspreker (advocaat, zouden wij tegenwoordig zeggen) en de Trooster. Zelfs als de leerlingen niet helemaal weten wat dat betekent hebben ze in ieder geval al wel een paar aanwijzingen gekregen. 

Zo is het ook voor ons: als wij willen weten wat de toekomst brengt moeten we de woorden van Jezus lezen, er is altijd wel een woord dat ons zal aanspreken, waarvan we voelen: dít gaat over mij – al weet je misschien nog niet helemaal wat dat ten diepste betekent. Daar mogen we mee verder gaan. 

Ten derde: verandering is voor iedereen, het is niet alleen maar voor de apostelen, de mannen die door de Heer geroepen waren om de kerk te besturen en Christus te vieren met brood en wijn maar voor iedereen. Maria en de vrouwen voorop. Nog niet zo lang geleden wilden de apostelen niet luisteren naar wat de vrouwen te zeggen hadden, toen ze zeiden dat Jezus was verrezen. Nu weten ze beter. 

Samen met de vrouwen en de broeders die met Jezus meegetrokken is zijn ze nu bij elkaar. De ervaring van Pinksteren gaat iedereen aan. De Kerk kent geen geheime leer, die alleen voor ingewijden is. Dat was ook iets radicaals, iets nieuws. 

De Farizeeën waren bijvoorbeeld op zichzelf genomen maar een kleine groep van hele geleerde mensen, die neerkeken op anderen. De sadduceeën waren nog veel kleiner, die waren de baas in de tempel en wisten heel veel over Griekse filosofie, dat is natuurlijk prima, maar niet als je dat misbruikt om andere mensen niet meer serieus te nemen.

En in het heidendom kende men dat helemaal niet, een geloof voor alle mensen. Vrijwel alle religies in het Romeinse Rijk waren groepen met een geheime leer, Mysteriegodsdiensten, waarin je ingewijd moest worden. De gewone mensen moesten maar een kaarsje branden bij Zeus, maar van een dieper religieus leven werden de meeste mensen uitgesloten. 

Ook dat is iets wat de Geest gaat veranderen. Iedereen, elk mens op Aarde wordt nu geroepen om de belofte die sinds de schepping geldt in te lossen. Wij zijn allemaal geschapen door God naar zijn beeld en gelijkenis, God is zelfs mens geworden in Jezus Christus, en de Geest zal ons helpen om ons naar dat inzicht te leven, zodat wij onszelf met God kunnen verenigen.
Dat klinkt haast onvoorstelbaar, maar toch is het zo. 

Vandaag mogen wij dus ook samenkomen, om net als de apostelen het Brood te breken. In afwachting van onze vervulling met de Heilige Geest op het Pinksterfeest.

Amen.


Thursday, 25 May 2017

Hemelvaart 2017 - "Gij zult kracht ontvangen van de Heilige Geest"



Broeders en zusters in Christus

Een van de Bijbelse begrippen waar ik wel eens over spreek is het idee van goddelijke pedagogie , het idee dat God mensen, maar ook groepen en volken langzaam maar zeker toebereid op een grote taak. 

Adam en Eva kregen zagen niet direct na de zondeval het verlossingswerk van Jezus Christus al aankomen, daar moest een lange tijd over heen gaan. Ook het Joodse volk in Egypte kon niet zomaar in één keer door naar het beloofde land. Daar moest heel veel tijd overheen, een periode van veertig jaar: een grote uitzuivering. Dán pas zijn ze er klaar voor. 
 
Zo geldt dat ook een beetje voor de leerlingen van Jezus. Die moeten de kerk gaan verspreiden over de hele wereld. Maar ook dat gaat niet vanzelf. Ze moeten eerst heel veel leren: over wie Jezus is, over zijn overwinning op de Dood. En pas een flinke tijd na zijn Verrijzenis zijn zij klaar voor die taak: de wereld ingaan en de volkeren bekend maken met de Blijde Boodschap. 

Je bent niet zomaar klaar. Dat proces brengt ook onzekerheid met zich mee. Je ziet de leerlingen ook haast voor je, dat ze denken “ben ik hier wel klaar voor, kunnen we dit wel, als we Jezus straks niet meer bij ons hebben?”. Maar Jezus laat ons niet verweesd achter en zal de leerlingen, en daarmee de hele Kerk, de Heilige Geest sturen. De Geest, die ook wel de Voorspreker of de Trooster wordt genoemd. “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest” , zegt de Heer tegen de leerlingen. 

Die Trooster, de Geest, die is er niet alleen voor wankelmoedige leerlingen – om hen de moed te geven om nieuwe paden te gaan – die is er ook voor ons. Ook wij hebben troost nodig. En wel meer dan troost ook. Daarom zien wij ook bijzonder uit naar die Geest. 

Juist in de afgelopen dagen nu wij afscheid hebben moeten nemen van pastoor Frans Geels. Pastoor Geels die zoveel voor deze parochiegemeenschap betekend heeft, en een goede en vriendelijke begeleider was voor heel veel priesters en pastores een voorbeeld.
Nog erger is natuurlijk het verschrikkelijke nieuws dat uit Engeland gekomen is, dan is het begrijpelijk dat wij ons ontdaan voelen, richtingloos. Er is geen ontsnappen aan wat we voelen als we horen van zulke afgrijselijke misdrijven. 

Wij voelen verdriet. Wij zijn boos, maar het is een machteloze woede.  Al onze boosheid al onze woede, en als ons verdriet neemt het kwaad dat aangericht wordt door derden niet weg. 

Daarom hebben we de Geest nodig. De voorspreker, of de trooster, die ons vertelt wat ons te doen staat. En die voor ons gaven meeneemt. U weet dat misschien nog van vroeger, de Geest neemt zeven gaven mee:
Wijsheid - Verstand - Raad - Sterkte - Wetenschap - Vroomheid en het Ontzag voor God. 

Wijsheid. Als wij niet meer weten wat we moeten doen, als al het kwaad van de wereld tegen de plinten klotst, dan weet de Geest dat wel. Er is altijd een weg, en de Geest ziet welke die is. 

Verstand. Wij denken dat we misschien toekunnen met wat we van huis uit hebben meegekregen, maar ook daar hebben we de Geest nodig. Er mag altijd een onsje meer bij, zeker als dat van God komt!

Raad, voor als wij de weg niet meer weten. Als u in de knoop zit op juridisch vlak belt u een Raadsman. Zo mogen wij ons ook richten tot de Geest, die de Voorspreker is. Hij heeft raad, en dat zonder uurtarief of vaste kantooruren!

Sterkte. Ook die hebben we nodig, kracht om vol te houden als het tegen zit!

Wetenschap. Dan hebben we het niet over reageerbuizen natuurlijk, maar over kennis van God, kennis van hoe Hij werkt en wat Hij voor ons wil doen.

Vroomheid, de vaardigheid om ons tot God te kunnen richten in de kennis dat wij mogen leven in Hem 

Ontzag voor God, dat klinkt nogal ernstig maar betekent uiteindelijk niet meer dan dat we God alle ruimte geven, dat we weten dat Hij zal doen wat wij niet kunnen. Dat, wat we ook aan kwaad in de wereld aantreffen, zoals nu, dat God zelf daar een oordeel over uit zal spreken. 

Zeven gaven. Zeven geschenken van God – niet alleen voor de leerlingen, maar ook voor ons. Daar mogen we naar uitkijken, daar mogen we om bidden dat we die gaven krijgen. Het kwaad heeft niet het laatste woord en de Geest geeft ons in wat wij moeten doen, de Geest geeft ons kracht om te troosten, om een opbeurend woord te spreken wanneer dat nodig is, dan blijven we niet achter in onze eigen machteloosheid, woede en verdriet.
Veel goede dingen zijn onzichtbaar, terwijl het kwaad schijnbaar straffeloos op onze schermen paradeert, maar dat is in de ogen van God maar schone schijn. 

Hij zal verheffen wat machteloos is, en laten  verdampen wat onaantastbaar lijkt.En wij zullen het zelf aanschouwen, zoals de leerlingen zullen zien dat Jezus, naar de Hemel opgevaren, ook weer terug zal komen, op dezelfde manier, om het  Rijk Gods in te luiden. 

Amen.